|

Dat wijn en wild bij elkaar horen, dat wild zonder wijn nauwelijks
denkbaar is, daar zijn we het allemaal wel over eens. Het is een
van de meest onaantastbare regels van de gastronomie. Van een wildgerecht
valt alleen echt te genieten met een passend glas wijn, en menige
wijn komt tot zijn hoogste glorie bij een wildschotel.
Nog altijd is er die nostalgie naar het rijke leven van eertijds.
Toen men nog niet zo angstvallig de weegschaal in de gaten hield;
toen heren die op zekere leeftijd kwamen en een zekere positie in
de wereld bereikt hadden nog met trots hun embonpoint meedroegen
en er niet naar streefden om er als jonge atleten uit te zien. De
tijd van de royale, klassieke wildschotels, zoals de Reerug Baden-Baden
met zijn rijke garnituur van kastanjes, gepocheerde peren en bosbessen,
of de hele haas, die donkerbruin en geurend naar beemd en bos op
tafel kwam, van de fazanten in hun blanke zuurkoolbed. Wild, dat
adellijk moest zijn, wilde men het ten volle appreciëren. En
waarbij wijnen geschonken werden, die dik en zwaar in het glas lagen,
warm en breed en bijna zoet over de tong vloeiden, zoals legendarische
oude Bourgognes van de Côte de Nuits.
Maar die tijden zijn onherroepelijk voorbij. Adellijk wild, met
zijn sterke, decadente smaak kunnen wij niet meer appreciëren
- het was trouwens ook heel ongezond en mede verantwoordelijk voor
de bij rijke oude heren zo veel voorkomende jicht.

Wild vraagt om fluwelig smakende rode wijnen
En de tijd van de oude, zwareBourgognes is ook voorbij, Bourgogne
wordt in onze dagen anders bereid. Geen steeltjes van de druiven
met hun sterke tanninegehalte meer in de most, het gistingsproces
bekort, geen drie jaar meer op fust. Ook de Bourgognes zijn slanker
en jeugdiger geworden.
Het hele jaar vers
Wild, zo is de algemene opvatting, hoort bij het najaar. De jacht
is iets voor nevelige herfst of voor winterdagen, waarop het gras
onder de voeten wit is van rijp. Maar wild is er zeker niet uitsluitend
in herfst en vroege winter, er is bijna het hele jaar door vers
wild (over diepvries praten we hier niet). Ree is er in al in de
zomer, hert vaak in het vroege voorjaar, de eerste wilde eenden
komen in de laatste week van juli en houtduif en konijn zijn er
het hele jaar door. Van wild valt derhalve veel langer te genieten
dan men wel denkt.
Al zijn dan de oude, koppige Bourgognes legende geworden, er is
voor wild een overweldigende keuze aan passende wijnen. Juist omdat
wildgerechten lichter en gevarieerder zijn geworden en de wijnen
ook lichter en vaak makkelijker, zijn er zoveel heerlijke combinatiemogelijkheden.
Men kan ook hierbij weer van verschillende gedachten uitgaan. Men
kiest ofwel een wijn die jong en vrij neutraal is en daardoor alleen
maar een frisse, pretentieloze achtergrond vormt voor wild en saus,
ofwel men kiest een wijn die door eigen smaak harmonieert met het
wild en de saus en eventueel het garnituur, en daarmee een fraaie
eenheid vormt.
| |
|
| De oogst wordt binnengehaald
|
 |
Haas 
Het wild, dat het meeste 'wild' smaakt is nog altijd, zoals jagers
zeggen, 'het haas'. Ook in hazen is verschil. Een heihaas, uit Drenthe
bijvoorbeeld, die de geurige kruiden van hei en bosrand gegeten
heeft, smaakt heel anders,volgens de ware liefhebbers veel fijner,
dan een polderhaas die zich met kool en planten uit de vette polder
heeft gevoed. Beide zijn uiteraard verre te verkiezen boven diepvrieshazen
die uit verre streken, zoals Argentinië worden aangevoerd.
Het probleem bij haas is, dat de rug veel eerder gaar is dan de
bouten, en dat men eigenlijk de rug nog zachtroze van binnen moet
houden. Vroeger bekommerde men zich daar niet om, de haas werd in
zijn geheel gebraden, zo lang tot de bouten gaar waren. En dan was
de rug, het mooiste stuk, doorgaans veel te gaar en droog. Het beste
kan men daarom de haas al van te voren verdelen, de bouten gaar
braden en even nastoven met rode wijn, en de rug heel kort, niet
langer dan 15 à 20 minuten braden. Bij een malse, zachtroze
gebraden hazerug in eigen braadjus, past elke mooie rode wijn: een
Beaujolais van een van de tien appellations, een Bourgogne van de
Côte de Beaune. Maar zeker ook een van de heel mooie (en helaas
ook heel prijzige) Bourgognes zoals een Morey-Saint-Denis, een Gevrey-Chambertin,
een Chambolle-Musigny, of de wat bescheidener Fixin uit het uiterste
noorden van de Côte d'Or. Of natuurlijk een mooie Bordeaux.
En dan vooral die uit het noorden van de Haut-Médoc, uit
de gemeenten Saint Estèphe en Pauillac. Mooie, rijke en stoere
wijnen, waarvan ook de wat eenvoudiger châteaux, de crus bourgeois,
vaak veel te bieden hebben. Tenminste, als men ze vooral niet te
jong drinkt, minstens vijf jaar oud.
Bij een kruidige hazepeper, of bij hazebouten die in wijn met kruiden
zijn gemarineerd, kan men het beste ofwel een fruitige, vrij neutrale
wijn drinken, (en dan komen we vanzelf op Beaujolais of Côtes
du Rhône terecht), ofwel een wijn die van zichzelf stevige
kruidigheid meebrengt. Rioja is een goede keuze, net als zo'n stevige
rode wijn van Spanje's oostkust, uit Penedès. Een wijn die
nog altijd vrij onbekend is maar toch steeds meer nieuwe vrienden
maakt is de Madiran, uit zuid-west Frankrijk, en een uitstekende
wildwijn in de eenvoudiger soorten is de Fitou van de oostelijke
Pyreneeën. En men wil wat verder kijken dan de rode wijnen
van de uit Bordeaux afkomstige cabernet sauvignon-druif, bijvoorbeeld
uit Bulgarije, Roemenië, of nog verder: Zuid-Afrika. Wijnen
die wat ze aan finesse missen ruimschoots goed maken met hun stoere
smaak. Lekker bij wildgerechten met pittige saus.
Fazant
Volgens velen is fazant het allerfijnste wild. Ook fazant laat
men niet meer zoals vroeger 'faisanderen' in zijn verenpak. Fazant
moet wel goed bestorven zijn maar zeker niet adellijk. Een naturel
gebraden fazant vormt nog altijd een van de allermooiste wildgerechten
en hierbij mag men dan ook wel een bijzondere wijn schenken, naar
mijn smaak een grote rode Bordeaux. Een wijn uit Pauillac, of uit
Saint Julien, of een Pomerol of Saint-Emilion, of, waar men meestal
te weinig aan denkt, een rode Graves. Maar ook hier geldt: vooral
geen te jonge wijn die nog te weinig ontplooiing heeft. En als er
geen oudere Bordeaux voorhanden is, dan liever een goede Beaujolais
dan een te jonge Bordeaux die nog te veel harde kantjes heeft. Of
men zou ook eens in Italië moeten kijken: een Barolo uit Piemonte,
een Brunello di Montalcino uit Toscane, prachtige wildwijnen, mits
ook weer: vooral niet te jong (en de fles enkele uren van te voren
ontkurken). En als de fazant in zuurkool wordt gestoofd, dan een
witte want het zure van de zuurkool verstaat zich slecht met rode
wijn. Daarbij denk ik het allereerste aan een Elzasser Riesling,
ook weer niet te jong. Een goede Riesling mag best een paar jaar
hebben. Voor de klassieke Normandische fazant, gevuld met appel,
geflambeerd met calvados en zachtjes gaar gesmoord met cider of
witte wijn, kan ook een goede witte verrukkelijk zijn. Een Loire-wijn
met veel smaak en geur, bijvoorbeeld een Pouilly-Fumé, of
een witte Bourgogne zoals een Chassagne-Montrachet met zijn rijk
bouquet. Bij deze combinaties gaat het om gelijkwaardige grootheden,
die elkaars kwaliteiten aanvullen, elkaars mogelijkheden stimuleren.
Ree en Hert
Het edelste wild is ree. Gebraden reebout, reerug, reebiefstukjes,
behoren tot de meest uitgelezen delicatessen, het mooiste vlees
wat men genieten kan. En als er dan zoiets moois en kostbaars op
tafel komt, dan verdient het ook een wijn van hoge klasse. Bezuinigen
op de wijn als men ree gaat eten is wel een van de ergste zonden
in de gastronomie die men kan begaan.
We zoeken gezelschap voor "het" ree bij een cru classé
in Médoc, een elegante, vrij lichte wijn uit de gemeente
Margaux bijvoorbeeld, prachtig bij reebiefstukjes. Of een harmonische
wijn uit Saint Julien, als men wat meer body wenst. Of een heel
mooie rode Graves, die de aanduiding grand cru classé op
het etiket draagt. Rode Graves van hoge kwaliteit is misschien wel
de meest 'complete wijn' die men kan drinken, de wijn die het meest
de essentie van wijn in zich draagt. Bij deze wijnen van grote klasse
gaat het om het ware begeleiden. Het zijn de meest gedistingeerde
wijnen ter wereld, om volstrekte gelijkwaardigheid met het edele
reevlees. En bij een reegerecht zoals men in Duitsland of de Elzas
bereidt, met een saus van witte wijn en crème fraîche
drinkt men een mooie witte, zelfs al is die een beetje aan de mollige
kant -wat heel goed past bij de room-, zoals een wijn uit de Rheingau.
Maar ook een diepgeurende Riesling uit de Elzas kan prachtig zijn
-mits men er dan wel een heel mooi jaar voor kiest.
Hert is wat stoerder dan ree, iets nadrukkelijker en minder verfijnd,
en vraagt dan ook een wat stoerdere wijn. Saint Emilion zou mijn
keuze zijn, of een Côtes de Fronsac, of een werkelijk mooie
Rhônewijn, met zijn diepe gloed en warme kruidigheid. De grote
Rhône-wijnen zijn -afgezien van de Châteauneuf-du-Pape
- nog veel te weinig bekend. Maar het loont om uit te kijken naar
bijvoorbeeld een Gigondas of een Côte Rôtie. Magnifiek,
maar duur, is een purperen Hermitage, één van de meest
majesteitelijke wijnen die ik ken. Uit dezelfde buurt komt de Crozes-Hermitage.
Niet met de overweldigende grootsheid van een Hermitage, maar een
goede tweede keus, en betaalbaar.
 |
Klein wild en Provence wijn. |
 |
En ook een witte Crozes-Hermitage kan, als men zoals boven gesuggereerd,
wit bij wild wil drinken, een goede begeleiding zijn.
Konijn 
Het wilde konijn is het allerlekkerste als men het maakt op Franse
boerenmanier en gibelotte, gebraden en gaar gestoofd met kleine
uitjes, veel tijm, knoflook, en witte wijn. En daarbij smaakt een
witte wijn uitstekend. De zoëven genoemde Crozes-Hermitage
blanc bijvoorbeeld, maar ook een witte van de Côtes de Provence.
En probeer het en overtuig u een rosé, zoals een Tavel of
een rosé van de Côtes de Provence, die droog zijn en
verrassend diep van smaak. Of een pretentieloze. Beaujolais, een
allemansvrind die zich overal op zijn plaats voelt, als men het
zich makkelijk wil maken.
Tam konijn valt eigenlijk buiten dit wildhoofdstuk, maar ik zou
toch even willen noemen de rug van tam konijn, die men apart kan
kopen. Kort braden, zodat het vlees roze blijft, met eigen braadjus
met groene kruiden opdienen, of met een zachte roomsaus met wat
kruiden erin, als tijm, basilicum, majoraan. Niets past hier beter
bij dan een Beaujolais of een mooie rosé.
Wildzwijn en Vederwild
In wezen is wildzwijn varkensvlees, ook al smaakt het dan wat grover
en wilder. Net als bij varkensvlees, past ook bij wildzwijn een
vrij volle witte wijn of een fruitige rode. En dan is het aardig
om eens aan een rode Loire-wijn te denken, vooral aan een Bourgueil,
die stevig is, wel eens een tikje grof kan zijn, toch vaak een aangename
fruitigheid heeft en uitstekend bij wildzwijn past. Hierbij gaat
het om een interessante tegenstelling in smaken.
En dan is er nog het gevederde wild, als wilde eend, duif, patrijs.
Wilde patrijs is zeldzaam en kostbaar geworden. Dit verrukkelijke
gedierte is vrijwel verdwenen. Men ziet nu veelal gefokte. Niet
slecht, maar wat vlakker van smaak. Wilde eenden ziet men echter
te kust en te keur, en het lekkerst zijn ze in het begin van de
jachttijd, augustus en september. Ook hierbij is het weer een probleem,
dat de borst roze moet blijven, maar de boutjes gaar moeten zijn.
Een oplossing is: kort braden, hoogstens 3 kwartier, zodat de borst
roze blijft, dan deze afsnijden, en de boutjes verder gaar laten
stoven met wat wijn terwijl men de borst consumeert. Een lichte
Bourgogne, een rode Graves, een Chianti Classico, vormen uitstekend
gezelschap evenals een Rhône-wijn. Deze laatste vooral als
men bij de eend een saus geeft met sinaasappelsap en sinaasappellikeur,
canard à l'orange, waarbij het sinaasappelaroma goed harmonieert
met de warme kruidigheid van de wijn.
Van duif kan men het beste alleen de borstfilets gebruiken, en van
de boutjes en het karkas wildbouillon trekken. Duiveborstfilet is
een kostelijk hapje waar men een elegante rode wijn bij drinkt:
een goede rode Graves, een wijn uit de gemeente Margaux of Saint
Julien. En ditzelfde geldt ook voor kwartels, al zijn die geen wild
meer, maar komen ze uit fokkerijen.
 |
Aanvoer van 'gibier d'or'
op Rungis, Europa's grootste voedselmarkt, beter bekend als
'de buik van Parijs'. |
Garnituur 
Tenslotte nog iets over het garnituur. Bij wild, zo is de algemene
opvatting, serveert men een garnituur van zoete vruchten, rode bosbessen
(Preisselbeeren), cranberry's, stoofpeertjes, gemengde compôte,
appelmoes (bij haas). In wezen stamt dit uit de Duitse keuken. Achttiende-eeuwse
reizigers uit Engeland en Frankrijk, die in Duitsland te gast waren,
vermeldden met enige verbazing deze zoete begeleiding bij wildgerechten.
In Frankrijk stond men hier altijd afwijzend, de laatste tijd aarzelend
tegenover. Het is de wijn die de diepste oorzaak is van de verschillende
tradities. In het witte-wijnland Duitsland dronk en drinkt men nog
altijd, vaak ietwat mollige, witte wijn bij wild. En dan is er geen
enkele wanklank met compôte. Met een rode wijn is er echter
altijd een zekere wrijving. Men moet dan ook zeker geen slok rode
wijn nemen na een hapje zoete compôte, de tannine in de rode
wijn zal wat al te scherp aankomen, en een rode Bordeaux zal alle
aantrekkelijkheid verliezen. Beaujolais of Bourgogne is daar wat
makkelijker in, ook een Rhône-wijn met zijn soms iets zoete
kruidigheid kan er wel tegen. Maar er hòeft bij wild toch
geen zoet garnituur? Het in Nederland als toppunt van burgerlijkheid
aangemerkte spruitje, dat toch zo lekker kan zijn, smaakt heerlijk
bij haas en fazant, bij hert en wildzwijn, en benadeelt de wijn
zeker niet. Net zo min trouwens als lof, of bleekselderij, dat zelfs
elke rode wijn flatteert. Geef een mooie rode wijn de eer die hem
toekomt - en wees voorzichtig met zoete garnituren.
Groenten en wijn
HOME | De
Cocktailbar | Wijn is fijn | Tafeltje-dek-je
| Smakelijke links | Contact
|