|
Wat bepaalt de keuze?
Het combineren van wijn en gerechten is een kunst, maar een kunst
die makkelijk te leren valt. Ieder mens kan proeven en smaak kan
worden ontwikkeld. Welke kunst leert men op een zo plezierige manier?
Immers, zo ergens, dan geldt hier: al doende leert men. Alleen door
bewust proeven leert men mogelijkheden kennen, en leert men ook
de eigen smaak kennen. Niets is zo persoonlijk als smaak en het
moet altijd de eigen smaak zijn, die het laatste woord heeft. U
drinkt wijn voor uw plezier.
Maar: wat is die eigen smaak? Altijd weer blijkt dat velen hun eigen
smaak niet vertrouwen en daar niet op af durven gaan. Wat eigenlijk
heel vreemd is, want smaak is een van de meest persoonlijke kenmerken
die we hebben. De ligging van de smaakpapillen op de tong is even
gedifferentieerd en net zo persoonlijk als de windingen van onze
vingerafdruk. Smaak en reuk horen onverbrekelijk bij elkaar en het
zijn de meest persoonlijke en tegelijk meest geheimzinnige zintuigen
die we hebben , waar, wetenschappelijk gezien, nog maar heel weinig
over bekend is.
Bij het genieten van wijn is de reuk minstens zo belangrijk als
de smaak. Wie bijvoorbeeld door een verkoudheid zijn reukvermogen
kwijt is zal onmogelijk goed wijn kunnen proe-
ven. Het is alleen zo jammer, dat we van dit reukvermogen, dat zo
belangrijk is, nog altijd te weinig gebruik maken, en het te weinig
laten mee spelen in het kiezen en genieten van
wijn. De geur van iets - en zeker van wijn - is altijd de voorloper
van de smaak, en geur en smaak werken intens samen. Wie wijn wil
leren proeven en onderkennen, zal zijn neus moeten leren gebruiken,
zal geuren moeten leren onderscheiden. Zal ook een verfijnd geur-geheugen
krijgen op den duur.
We herinneren ons allemaal geuren, jeugdherinneringen zijn bijna
altijd geurherinneringen, de geur van de schoolklas, van de zondagse
soep, van de winkel op de hoek. Het is alleen de kunst om zich die
geuren bewust te maken, en geur-herinneringen steeds verder te differentiëren.
Wijn kan eindeloos veel geuren hebben, soms verschillende tegelijk,
en meestal ontplooien die geuren zich na elkaar. Soms komt een bepaalde
geurnuance pas los in het tweede glas dat we inschenken.
Wijn met gerechten of gerechten met wijn
Volgens de strengste gastronomische leerschool hoort men eerst de
wijn te kiezen, en vervolgens de gerechten bij de wijn. Op de wijnchâteaux
bij Bordeaux gebeurt dat ook, en kiest men zelfs gerechten bij bepaalde
jaargangen. Wie zelf beschikt over een goed gesorteerde wijnkelder
zou dit eens kunnen doen: eerst de wijn kiezen die men voor een
bepaalde gelegenheid wil drinken, en daarbij de gerechten. In de
praktijk en zeker in restaurants zal men echter van het omgekeerde
uitgaan: eerst de gerechten, daarbij de passende wijn(en), en wij
zullen ons daaraan dan ook houden.
Het belangrijkste voor het maken van een juiste keuze is: zich de
smaak van een gerecht voor te stellen, en het karakter van bepaalde
wijnen. En daarbij ook het gezonde verstand te laten werken. Dan
weet men, dat bij een voorgerecht geen zware, nadrukkelijke wijn
past, dat men bij sterk gekruide gerechten geen fijne, subtiele
of oude wijn moet drinken. Dat daarentegen wijn met veel tannine,
die even trekt aan de mond, goed moet smaken bij vette gerechten
en dat bij zachte roomsauzen, zachte, soepele wijnen passen.
Wie zich aan de klassieke regels houdt zal geen verkeerde combinaties
maken, maar er is meer dan klassieke regels, en men moet het avontuur
dat op afwijkende paadjes wacht vooral niet schuwen.
Terug naar het combineren van wijnen en gerechten. Bij de keuze
van wijn bij een bepaald gerecht kan men uitgaan van drie gedachten:
een aanvullende smaak, een tegengestelde smaak of een begeleidende
smaak. De laatste is de makkelijkste. Dan kiezen we bij een bepaald
gerecht een wijn, die zich soepel voegt naar vele verschillende
smaken en het gerecht op een afstand volgt.
Het klassieke voorbeeld daarvan is een lichte droge Champagne (of
een zeer goede, droge vin mousseux). Die past zich aan aan de meest
uiteenlopende gerechten, van oesters tot gerookte zalm, van foie
gras tot kreeft, van ham tot koude vis, Omdat deze wijn een lichte
frisheid uitstraalt, zich nooit opdringt, en de smaak altijd 'schoon'
achterlaat. Hij 'begeleidt' in de beste zin van het woord. Een goede
begeleider is ook een Sancerre, die ook dat droge, 'schone' heeft,
dat zich bij allerlei gerechten aanpast.
Dan komen wij bij de aanvullende smaken, die een andere smaak kunnen
completeren, als het ware verlengen. Het grote klassieke voorbeeld
daarvan is: een heel mooie zoete witte wijn een grote Sauternes
bijvoorbeeld, bij foie gras. Foie gras heeft, zoals alle lever,
en zeker deze gehypertrofeerde lever, een weelderige, zeer aardse
zoetheid. De zachte honingachtige zoetheid van een Sauternes completeert
die van het gerecht op wonderbare wijze.
Precies zo completeert bijvoorbeeld een Meursault met zijn rijke
smaak, die zoetheid suggereert maar niet zoet is, de rijke smaak
van kreeft die ook op de rand van zoetheid ligt. En Muscadet, met
zijn uiterst lichte frisheid die soms wat ziltigs heeft, verlengt
de zilte zeesmaak van alle schelpdieren, zoals oesters en mosselen.
De boeiendste combinaties zijn echter die van tegengestelde smaken,
die tot eenheid kunnen komen. Dan proeven we hoe de pittige rokerigheid
van rauwe ham, die meer geur is dan smaak, een prachtige tegenstelling
vindt in het lieflijke bloemengeurige van een Elzasser Riesling
of een mooie Moezelwijn, of de zachte liefelijkheid van een Vouvray
of Montlouis van de Loire. Dan vindt het vette, kruidige en rokerige
van bepaalde worstsoorten een heerlijke tegenstelling in de opgewekte
frisse fruitigheid van een Beaujolais, de bijna zoete ziltheid van
kreeft of garnalen zet zich af tegen het stenige van een mooie witte
Graves, de zware smaak van gerookte paling verliest zijn al te grote
nadrukkelijkheid naast de warme droge lichtheid van een Tavel, en
de zeebries-achtige koelheid van oesters vindt een tegenspeler in
het rijke, gecompliceerde boeket van een Chablis.

Franse wijnboeren genieten van hun eigen wijn na gedane arbeid
Wit of rood
Als men eenmaal dit heerlijke spel heeft ontdekt, kan men de meest
interessante experimenten gaan proberen. Nemen wij bijvoorbeeld
een goede, Hollandse nieuwe haring (nog veel te veel miskend als
voorgerecht: een uurtje in melk laten ontzilten, dan goed koelen
op ijs, op warme royaal beboterde toost leggen, evt. met wat crème
fraîche erbij). Wat hierbij te drinken? Onze Hollandse traditie
zegt: jenever, en sophisticated liefhebbers zeggen: wodka of aquavit.
Maar we hebben het nu over wijn, en over haring als voorgerecht,
waarbij geen sterke alcoholen passen. Bij haring, zoals boven beschreven,
past zeer wel wijn.
Van het begeleidende principe uitgaande zeg ik: Sancerre of een
eenvoudige zeer droge Elzasser of een Chardonnay van het aanvullende:
een ziltige Muscadet. Maar van het tegengestelde: een mooie Manzanilla-sherry,
met een lichte, aromatische bitterheid.
En zo komen we ook op rode wijnen bij het voorgerecht. Wij noemden
in dit geval al Beaujolais bij verschillende ham- en worstsoorten.
Ook een lichte Chianti smaakt daar uitstekend bij. Rode wijn is
echter nog altijd ongebruikelijk bij het voorgerecht, alle regels
zeggen immers: wit. Nu zijn er de laatste tijd heel wat vaste culinaire
regels gesneuveld en ook deze houdt geen stand.
Want als we denken aan al die mooie salades, zo populair in vele
restaurants, met bijvoorbeeld duive- of eendeborst, kipfilet of
lever, dan gaan we ook denken aan een rode wijn. Uiteraard geen
grote, indrukwekkende of zeer fijne, gecompliceerde rode wijn, maar
aan een lichte, jonge, liefst ietwat speelse. Zoals een Beaujolais,
die niet alleen bij worstsoorten smaakt, maar ook bij een salade
met vlees, bij rauwe ham, bij een goede paté. Bij zeer fijne
voorgerechten met vlees (ik noemde al duive- of eendeborstjes),
smaakt een lichte jonge rode Bordeaux voortreffelijk, of ook een
van die aardige rode Loirewijnen, zoals een Gamay de Touraine of
Chinon. Kortom, ook hier is het weer het principe van de tegenstelling
in smaak: de stevige aardse smaak van vlees of wild, de frisse fruitigheid
van de wijn. Maar wat doen we nu als er na het hoofdgerecht, waarbij
rode wijn is gedronken, verder gaan met vis waarbij witte hoort?
Tenminste - dat zegt de regel, en daarop zijn, zoals we zullen zien,
uitzonderingen. Niettemin - de volgorde van wijnen is heel belangrijk,
een verkeerde volgorde kan de mooiste wijn breken, een goede kan
een eenvoudig wijntje boven zichzelf uittillen.
De volgorde
HOME | De
Cocktailbar | Wijn is fijn | Tafeltje-dek-je
| Smakelijke links | Contact
|